Begin september trokken we weer naar de Franse Pyreneeën, dit keer met Arreau als uitvalsbasis. In 2014 zaten we al eens in deze regio, toen in Argelès-Gazost, en dat was toen zo goed bevallen dat we nu iets nieuws wilden proberen. Veertig kilometer oostwaarts vonden we opnieuw een perfecte standplaats. En terecht: de beklimmingen en landschappen hier zijn werkelijk fantastisch – een schot in de roos.
Overzicht van de week
Dag 0: Col d’Aspin (24,8 km – 792 hm)
Dag 1: Port de Balès & Peyresourde (109,30 km – 2.348 hm)
Dag 2: Hourquette d’Ancizan & Col d‘Aspin (57,1 km – 1.627 hm)
Dag 3: Lac d’Aumar, Col du Portet & Pla d’Adet (114,3 km – 3.332 hm)
Dag 4: Col de Beyrède, Tourmalet & Aspin (90,5 km – 2.854 hm)
Dag 5: Col d’Azet , Peyragudes & Peyresourde (58,2 km – 1.678 hm)
Dag 6: Superbagnères, Col de Portillon & Col de Menté (121,4 km – 3.143 hm)
Totaal: 576 km & 15.774 hm, wat er op de kaart als volgt uitziet:

Dag 0: Col d’Aspin (24,8 km – 792 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Col d’Aspin | 10,8km | 7,3% | 792 | 1487m |
De heenreis verliep opvallend soepel en omdat het weer zo goed was, besloten we er meteen een klim in te gooien: de Col d’Aspin. Vanuit ons appartement stapten we zo de fiets op, want de klim begint praktisch voor de deur. Ideaal natuurlijk, want veel voorbereiding was er niet nodig.
Het is een heerlijke col om de fietsvakantie mee te beginnen. De klim vanuit Arreau loopt geleidelijk omhoog, met een paar steilere stukken richting de top. Onderweg heb je mooie uitzichten over het dal, terwijl je rustig in je ritme kunt komen. Het asfalt ligt er strak bij en voor je het weet sta je boven op de col, op bijna 1.500 meter hoogte.
Bovenop even op adem komen, een fotootje maken en dan de afdaling in. En wat voor een afdaling! Dit is er echt een om te onthouden: brede stukken, vloeiende bochten, nauwelijks de rem nodig en toch flink snelheid maken zonder dat het oncomfortabel wordt. Precies het soort afdaling waarvoor je graag naar de bergen komt. Niet voor niets heb ik deze afdaling later in de week nog twee keer extra gepakt.
Een betere start van de week hadden we ons eigenlijk niet kunnen wensen.


Dag 1: Port de Balès & Peyresourde (109,30 km – 2.348 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Port de Balès | 19,2km | 6,2% | 1196 | 1755m |
| Col de Peyresourde | 15km | 6,3% | 946 | 1563m |
Vanuit ons huisje dalen we eerst zo’n 30 kilometer af richting de voet van de Port de Balès. We beginnen op de saaie D-weg valsplat omlaag en duiken daarna wat kleinere binnendoorweggetjes op. Onderweg krijgen we nog een paar korte klimmetjes voor de kiezen, voordat we uiteindelijk aan de voet van de eerste echte col van de dag staan.
De Port de Balès is ruim 19 kilometer lang en begint makkelijk. De eerste helft loopt lekker door en is goed op tempo te fietsen. In de tweede helft wordt de klim wat onregelmatiger en lopen de percentages op. Het blijft goed te doen, maar je moet wel wat meer aan de bak. Tegelijkertijd wordt het landschap steeds mooier. Hoe hoger we komen, hoe meer het uitzicht zich opent en hoe meer het berggevoel erin komt. Boven op de Port de Balès wacht een terras. Tijd voor een cola en een crêpe Nutella, want een klim van deze lengte maakt hongerig. Even genieten van de omgeving en dan dalen we af richting Bagnères-de-Luchon.
Helemaal tot het dal fietsen we niet. Zodra we de route van de Peyresourde kruisen, slaan we rechtsaf en beginnen we aan de volgende klim. Vanuit Bagnères-de-Luchon missen we daardoor de eerste paar kilometer van de col. Ook de Peyresourde is een mooie beklimming (wel wat drukker), met onderweg fraaie uitzichten. Bovenop is eventueel (wederom) de mogelijkheid op een terrasje te zitten.
Daarna resteert nog de afdaling naar Arreau. Met bijna twintig kilometer afdalen is dat bepaald geen straf. Het gaat over fantastisch asfalt en is lekker snel met weinig bochten waar je hoeft te remmen. De weg is hier wat drukker, maar bergaf heb je daar minder last van. We laten de fiets lekker rollen en zo komen we uiteindelijk weer uit bij ons huisje in Arreau.




Dag 2: Hourquette d’Ancizan & Col d‘Aspin (57,1 km – 1.627 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Hourquette d’Ancizan | 10km | 7,9% | 783 | 1567m |
| Col d’Aspin | 12,9km | 5,1% | 652 | 1489m |
Het plan voor vandaag is om de Hourquette d’Ancizan te beklimmen, af te dalen en vervolgens de Col du Tourmalet op te fietsen. Daarna zouden we over dezelfde weg weer afdalen en via de Col d’Aspin terug naar ons huisje in Arreau rijden. Een mooie route, maar het weer gooit al snel wat roet in het eten.
Bij vertrek is het gelukkig nog droog, al ziet het er niet bepaald zonnig uit. Zodra we aan de beklimming van de Hourquette d’Ancizan beginnen, vallen de eerste druppels en al snel moeten de regenjasjes aan. De klim zelf is prachtig. Het is een rustige, wat knussere col, met onderweg runderen en zelfs wilde paarden langs de weg. Een heel andere sfeer dan op de bekendere cols in de omgeving. Ook zonder het beste weer is dit een beklimming om van te genieten.
Vlak bij de top krijgen we echter met een onverwacht obstakel te maken. Die ochtend zijn ze begonnen met wegwerkzaamheden en de weg lijkt afgesloten. Er staat een verkeersregelaar, maar omdat ze nog maar net begonnen zijn en je er eigenlijk nog gewoon langs kunt, proberen we toch verder te komen. Na wat vragen en aandringen krijgen we uiteindelijk toestemming om door te rijden. Omdraaien zou behoorlijk zonde zijn geweest. Het heeft ons alleen wel wat tijd gekost en ondertussen zijn we flink afgekoeld. Met korte broek en een dun shirtje en alleen een regenjasje eroverheen is het op 1.500 meter hoogte behoorlijk fris. Bovendien is het nog maar een klein stukje naar de top, waardoor we niet echt meer warm worden voordat de afdaling begint waarin het hard begint te regenen.
We dalen af richting Sainte-Marie-de-Campan, waar we uitkomen op de route richting de Tourmalet en de Col d’Aspin. Eenmaal in het dorp besluiten we eerst een café in te duiken. Met een warme chocolademelk, thee en wat te eten proberen we weer op temperatuur te komen.
Dan volgt het overleg over het vervolg van de dag. De Tourmalet stond eigenlijk op het programma, maar de regen houdt aan en er komt waarschijnlijk nog meer aan. Bovendien moeten we na de klim ook weer zo’n achttien kilometer afdalen. Als je al nat en koud bent, is dat niet alleen onaangenaam, maar kan het in de bergen ook gevaarlijk worden. We besluiten daarom verstandig te zijn en de Tourmalet voor een andere keer te bewaren.
In plaats daarvan fietsen we vanuit Sainte-Marie-de-Campan de Col d’Aspin op. Zo maken we er alsnog een mooie klimdag van, zonder ons verder in de problemen te brengen. Na de top volgt de afdaling richting Arreau en zijn we relatief snel weer bij ons huisje.



Dag 3: Lac d’Aumar, Col de Portet & Pla d’Adet (114,3 km – 3.332 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Lac ‘d Aumar | 24km | 5,8% | 1403 | 2200m |
| Col de Portet | 16,1km | 8,7% | 1395 | 2207m |
| Pla d’Adet | 10km | 8,5% | 852 | 1665m |
Vandaag is het gelukkig weer prachtig weer en staat er een flinke rit op het programma. We beginnen met een lange aanloop over de drukke en saaie D-weg, die vals plat omhoog loopt richting Saint-Lary-Soulan. Bij Fabian slaan we rechtsaf en laten we de doorgaande weg achter ons. Een smallere weg slingert door een prachtig dal steeds verder omhoog richting de meren van het Réserve naturelle du Néouvielle.
Bij Lac d’Orédon kunnen we afslaan naar Lac de Cap de Long, maar die weg is helaas afgesloten. We fietsen daarom verder naar Lac d’Aumar. Na de slagboom wordt het heerlijk rustig en lopen er zelfs schaapjes over de weg (oppassen in de afdaling!). De afwisselende klim en het prachtige landschap maken deze omweg absoluut de moeite waard. Bij het meer keren we om en dalen we via dezelfde weg weer af.
Terug in het sfeervolle Saint-Lary-Soulan lunchen we bij een bakker. Geen overbodige luxe, want ondanks dat we pas één klim achter de rug hebben, staat de teller al op zo’n 63 kilometer.
Na de lunch wacht de Col du Portet. Met ongeveer 16 kilometer klimmen tegen gemiddeld 8,7 procent en een top op 2.215 meter is dit een echte beuker. De klim begint meteen stevig, met lange, rechte stukken tegen de tien procent. Het lijkt eindeloos te duren, maar het uitzicht over het dal maakt veel goed.
Na de afslag richting Pla d’Adet wordt de weg een stuk rustiger en smaller. Het asfalt is niet overal even strak, maar prima te doen. De weg slingert door het steeds ruiger wordende landschap naar de top. Daar maken we natuurlijk een foto bij het bord van de Col du Portet.
Na de afdaling rollen we richting de afslag naar Pla d’Adet. Die laten we niet liggen: met nog zo’n vijf kilometer klimmen tegen zes à zeven procent is dit een mooi extraatje. Het skidorp zelf is in de zomer weinig charmant, met veel hoogbouw en asfalt. Je moet het dan ook vooral voor de wielergeschiedenis doen. In 2024 won Tadej Pogačar hier de etappe en liep hij 39 seconden uit op Jonas Vingegaard.
Na de afdaling rest nog de terugweg naar Arreau, grotendeels vals plat naar beneden. Een prima afsluiter van een fantastische fietsdag, met prachtige landschappen, twee stevige beklimmingen en heerlijk weer.





Dag 4: Col de Beyrède, Tourmalet & Aspin (90,5 km – 2.854 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Col de Beyrède | 10,7km | 7,3% | 784 | 1423m |
| Col de Tourmalet | 16,9km | 7,5% | 1266 | 2115m |
| Col d’Aspin | 12,9km | 5,1% | 652 | 1489m |
Vandaag staat de Tourmalet op het programma. Elf jaar geleden beklommen we deze col al eens vanaf de andere kant, dus nu willen we ook de klim vanuit Sainte-Marie-de-Campan doen. Na onze mislukte poging eerder deze week zit het weer nu mee.
Omdat we de Col d’Aspin inmiddels vaak genoeg hebben gedaan, kiezen we voor de Col de Beyrède als alternatief om over hetzelfde massief te steken. Deze onbekende col is smal, grillig en vrijwel autovrij. De klim begint meteen steil, vlakt even af en trekt daarna weer flink aan, met percentages van 14 à 15 procent. Onderweg lopen koeien over de weg. Jaap raakt achterop wanneer een kudde besluit midden op de weg te gaan liggen. Zonder telefoonbereik kunnen we elkaar niet bereiken, dus fietsen we ieder onze eigen weg omhoog.
Boven wacht een flinke verrassing: meer dan honderd koeien blokkeren de weg en ook verschillende auto’s staan ertussen vast. Na een tijdje wachten vinden we voorzichtig een weg door de kudde en vervolgen onze route. De afdaling bevat een klein stuk onverhard en is behoorlijk steil, maar met beleid is het prima te doen. Voor mij is deze alternatieve route het kleine stukje gestuntel meer dan waard.
In Sainte-Marie-de-Campan vullen we onze bidons en beginnen we aan de Tourmalet. Het is inmiddels warm en een stuk drukker dan eerder deze week. De eerste kilometers fietsen we samen omhoog, maar zo’n acht kilometer onder de top besluiten we allebei het tempo op te voeren. Het is leuk om tussen de andere fietsers te rijden en telkens een nieuw richtpunt te zoeken. Wie kunnen we nog bijhalen?
Boven bestel ik alvast vier cola’s. Een paar minuten later komt Jaap ook aan en kunnen we bijkomen en afkoelen. Daarna dalen we af naar La Mongie voor een stevige lunch met een clubsandwich, friet en een koude cola. Achteraf misschien iets te zwaar, maar het smaakt uitstekend.
Via Sainte-Marie-de-Campan fietsen we vervolgens nog over de Col d’Aspin terug naar Arreau. Die kennen we inmiddels goed en we doen het rustig aan. Opnieuw een fantastische dag, met een verrassende ontdekking op de Col de Beyrède en eindelijk de Tourmalet vanuit deze kant.



Dag 5: Col d’Azet , Peyragudes & Peyresourde (58,2 km – 1.678 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Col d’Azet | 10,5km | 7,4% | 770 | 1580m |
| Peyragudes | 9,3km | 7% | 656 | 1589m |
| Col de Peyresourde | 8,9km | 7,2% | 638 | 1567m |
Na een paar stevige dagen doen we het vandaag wat rustiger aan. Althans, dat is het plan. Met drie beklimmingen en bijna 1.700 hoogtemeters wordt het alsnog een aardige rit. We beginnen met de Col d’Azet. In plaats van de drukke doorgaande weg richting Saint-Lary-Soulan te volgen, pakken we al snel een smal weggetje dat hoger op de berg loopt. Zo fietsen we binnendoor richting de top. Het is alleen ontzettend mistig, waardoor we soms amper vijftig meter vooruit kunnen kijken. Van het uitzicht komt weinig terecht.
Boven de wolken verandert dat gelukkig. Aan de andere kant van de berg klaart het op en zien we parapenters door het dal zweven. Daarna slingeren we via een reeks haarspeldbochten naar beneden richting Génos.
Vervolgens fietsen we naar Peyragudes, bekend van de klimtijdrit in de Tour de France van 2025. De tour is nu ruim een maand geleden, maar de LSRF logo’s van de ludieke actie staan nog duidelijk op de weg. Richting Peyragudes rijden we echter niet op tijd omhoog. We houden het rustig en fietsen naar het skidorp, waarna we nog een lusje maken naar de top van de Col de Peyresourde. Die hebben we eerder deze week al vanuit de andere richting beklommen. Na een korte blik op de omgeving dalen we af naar Arreau en zit de rit erop.
Een prima tussendag, met mooie uitzichten boven de wolken en drie beklimmingen zonder ons helemaal leeg te rijden. Echt uitrusten is het natuurlijk niet, maar we houden nog genoeg energie over voor onze laatste fietsdag.



Dag 6: Superbagnères, Col de Portillon & Col de Menté (121,4 km – 3.143 hm)
Ritinfo

Link naar Strava activiteit.
| Naam beklimming | Lengte | Gem % | Aantal hm | Hoogte top |
| Superbagnères | 17,1km | 6,8% | 1161 | 1795m |
| Col de Portillon | 8,1km | 7,9% | 636 | 1294m |
| Col de Menté | 9,2km | 8,7% | 801 | 1344m |
Voor onze laatste fietsdag willen we nog één keer flink uitpakken. We rijden met de auto naar Bagnères-de-Luchon en beginnen daar aan de klim naar Superbagnères. Deze klim kreeg in de Tour de France van 2025 nog een Nederlands tintje, toen Thymen Arensman er de veertiende etappe won na een lange solo.
De weg loopt eerst door een breed dal, maar zodra we afslaan begint de echte klim. De weg stijgt gelijkmatig met percentages van ongeveer zes tot acht procent en het uitzicht wordt steeds mooier. Na een paar kilometer ontdek ik alleen dat ik mijn telefoon bij de auto heb laten liggen. Omdraaien heb ik geen zin in, dus ik vertrouw erop dat hij daar veilig ligt. Foto’s maken zit er nu niet in.
Boven keren we om en dalen we af. Ik rijd alvast vooruit naar de auto en gelukkig ligt mijn telefoon nog gewoon op het dashboard. Daarna zetten we koers naar de Col du Portillon. Bovenop steken we de grens met Spanje over en dalen we af naar de Spaanse vallei.
In het Spaanse Les (tevens een liedje van Bassie en Adriaan :D) zoeken we een lunchplek. We kiezen voor een broodje hamburger met friet en een koude cola. Achteraf misschien weer wat zwaar, maar het smaakt prima. We vullen onze bidons en fietsen door het dal terug richting Frankrijk. Het loopt grotendeels vals plat omlaag, dus we kunnen lekker doorrijden.
In Saint-Béat kunnen we rechtstreeks terug, maar we voelen ons nog goed. Daarom plakken we er nog een col aan vast: de Col de Menté. Met ruim negen kilometer tegen gemiddeld 8,7 procent is dit een stevige afsluiter. We rijden op het gemak omhoog en genieten nog één keer van de bergen.
Ook deze col heeft Tourgeschiedenis. In 1971 kwam Luis Ocaña tijdens de afdaling in slecht weer ten val, terwijl hij de gele trui droeg. Hij moest opgeven en zag zijn kansen op de eindzege verdwijnen. Een herinnering aan hoe verraderlijk de bergen kunnen zijn.
Na de afdaling komen we terug in Saint-Béat. Vanaf daar wacht nog een minder leuk stuk: vals plat omhoog over een drukkere weg door het dal. Eenmaal bij de auto zit de fietsweek erop. Een mooie afsluiter van een fantastische week in de Pyreneeën!






Geef een reactie